Denk verder!

Kerknieuws

Kerk & Zorgdag over eenzaamheid

Meer dan een miljoen Nederlanders voelt zich sterk eenzaam. Wat kan de kerk doen? Die vraag staat centraal tijdens de Kerk & Zorgdag op 29 september.

De jaarlijkse Kerk & Zorgdag valt dit jaar in de landelijke Week tegen Eenzaamheid. Alle reden om deze dag in te zoomen op dit belangrijke onderwerp. Hoe kom je eenzame mensen op het spoor? Wat kun je doen? En wat wordt er al gedaan?

Tijd en aandacht

Tijdens de Kerk & Zorgdag presenteren verschillende kerken hun initiatieven. Ook bijzonder hoogleraar Anja Machielse, gespecialiseerd in onderzoek naar kwetsbare ouderen, levert een bijdrage aan de dag. ‘De komende jaren zal het aantal ouderen in de samenleving nog verder stijgen. Een groot aantal van hen moet het doen zonder ondersteunend netwerk. Daarom vraagt de insluiting van kwetsbare ouderen iets van alle burgers.’ De rol van de kerk ziet zij vooral in het geven van persoonlijke aandacht. ‘Professionele hulpverleners hebben hier vaak geen tijd voor, zij hebben toch vooral aandacht voor de praktische zaken.’

Inloophuis

Veel eenzame ouderen leven met vragen, benadrukt Machielse. ‘Die vragen zijn voor iedereen verschillend. Vragen over kwetsbaarheid, vragen rondom het levenseinde… Professionals zijn niet altijd toegerust voor dit soort vragen. Juist de kerk kan op dit vlak een rol vervullen.’ In haar bijdrage zal de hoogleraar de verbinding zoeken met de lokale praktijkvoorbeelden die zich ’s morgens en ’s middags presenteren, zoals het inloophuis in Rotterdam Lombardije en het Samen Eten-project in Leerdam. ‘Om je leven als zinvol te ervaren, zijn sociale verbindingen fundamenteel. Daarom zijn dit soort initiatieven, die kwetsbare mensen betrekken, zo ontzettend belangrijk.’


De Kerk & Zorgdag (voorheen studiedag Kerk & Wmo) wordt georganiseerd door Kerk in Actie, de Protestantse Kerk in Nederland en de Federatie van Diaconieën. De dag vindt plaats op het Landelijk Dienstencentrum in Utrecht, van 10.00 tot 15.30 uur. Meer informatie, het programma en het aanmeldformulier vindt u op www.kerkinactie.nl/kerkenzorgdag




Jongerenprijs 2017 van start!

Jong, geen podiumvrees, en een goed idee voor een mooiere wereld? Meld je dan nu aan voor de Kerk en Wereld Jongerenprijs.

De Kerk en Wereld Jongerenprijs wordt eens per twee jaar uitgereikt aan jongeren die een project of actie willen opstarten voor een betere maatschappij. Linda Ottevanger van Taizé in Amsterdam was in 2013 één van de winnaars van de prijs. ‘De Jongerenprijs betekende een enorme boost voor ons project.’

Community

De Kerk en Wereld Jongerenprijs kwam precies op het moment dat Taizé in Amsterdam die nieuwe impuls hard nodig had. Linda: ‘In 2013 viel het budget voor jeugdwerkers in onze kerk weg, waardoor er geen coördinator meer was van onze jongerengemeenschap. Dat bleek lastig: de maandelijkse vieringen konden nog wel door vrijwilligers georganiseerd worden, maar onze gemeenschap is zoveel méér dan dat. We zijn echt een community: we eten samen, bereiden de vieringen voor en organiseren allerlei maatschappelijke activiteiten.’

Bier en bejaarden

Het community-aspect van Taizé in Amsterdam bleek ook de jury van de Jongerenprijs aan te spreken. Linda: ‘De prijs is natuurlijk bedoeld voor initiatieven die zich onderscheiden, en het houden van Taizé-vieringen wordt wel op meer plaatsen gedaan. Maar wij willen ook echt op zoek gaan naar wat voor onze stad en onze wereld van belang is. Zo zijn we pas geleden begonnen met “Bier en bejaarden”. Dat start in de kroeg: elke jongere krijgt een adres van een oudere die eenzaam is en graag bezoek wil ontvangen. Vervolgens gaat iedereen een uur lang op bezoek bij zijn of haar “match”, en daarna komt iedereen weer terug naar de kroeg om samen een biertje te drinken.’

Podium

Met de nominatie voor de Jongerenprijs kreeg Taizé in Amsterdam plotseling een flink podium. Er kwam een hoop enthousiasme los. ‘Dankzij alle positieve aandacht, kon er opeens tóch budget worden vrijgemaakt voor de broodnodige coördinator. En toen we ook nog eens één van de winnaars bleken te zijn, konden we samen met Kerk en Buurt Westerpark de Stilteruimte uit ons projectplan realiseren: een Stilteruimte in de Nassaukerk waar niet alleen onze eigen gemeenschap terecht kan, maar ook de mensen uit de Nassaukerk, de buurtbewoners, en de dak- en thuislozen waar we bij betrokken zijn. Zo verenigen we heel verschillende groepen op één plek.’

Meedingen naar de Kerk en Wereld Jongerenprijs? Er zijn dit jaar vier prijzen te winnen, voor vier verschillende thema’s. Kijk voor alle informatie, de voorwaarden en het aanmeldformulier op de website van de Jongerenprijs.

 


Waarom Ben Tiggelaar de uitslag van zijn protestantentest meeneemt naar Suriname

De bekende schrijver en spreker Ben Tiggelaar houdt niet van testen waarin hij wordt ingedeeld op persoonlijkheid, kleur of type. Toch zwichtte hij voor het doen van de nationale protestantentest. Uit nieuwsgierigheid. De uitslag stopt hij in zijn koffer op weg naar Suriname. Lees hier waarom.

"Ik beken: ik hou eigenlijk helemaal niet van testen die mij in een bepaalde persoonlijkheid, kleur of type indelen. Maar toch kon ik het niet laten om de prostestantentest in te vullen. Toch nieuwsgierig.

Wat kwam eruit? Ik blijk 'gepassioneerd en vol vertrouwen' te zijn. Dat is al heel mooi. Maar het meest complimenteuze is dat ik daarmee volgens de test lijk op Johan Ferrier. Onderwijzer, onderzoeker, ondernemer, bestuurder, politicus, de laatste gouverneur en de eerste president van Suriname. Een dienstbaar mens met een groot vertrouwen in God. En iemand -dat is natuurlijk ook echt protestants- met een flink bovengemiddeld arbeidsethos.

Nou ja, ik moet wel eerlijk zijn, ik lijk volgens de test voor 61% op hem, maar dat is voor mij al meer dan genoeg.

Extra leuk is dat ik dit najaar voor het eerst in mijn leven naar Suriname reis. Onder meer om les te geven aan studenten, ondernemers en kerkleiders. Ik neem een paar printjes van deze testuitslag mee in mijn koffer."

---

Op welke protestant lijk jij? Doe ook de www.nationaleprotestantentest.nl

Ben Tiggelaar is debatleider bij de laatste estafettebijeenkomst van de estafette '500 jaar protestant'. Dat is het Jacobidebat in de Jacobikerk in Utrecht. Hij leidt dan het gesprek met studenten, scholieren, ouders, leraren over het thema je werk of je leven.

Foto: Elisabeth Ismail


Kerk 2025 proeverij

Zondag 10 september deden meer dan 400 kerken mee met de kerkproeverij. Voor de diensten op deze zondag waren veel ook niet trouwe kerkgangers uitgenodigd. Mooi, in de kerk is er immers veel te proeven. Wat zoal? Ik noem slechts vijf uitstekende recepten die wat mij betreft een ster verdienen.

  • Een kerk waar je zomaar kunt binnenlopen om stil te worden. Om een kaarsje aan te steken, een gebed te bidden. Op zondag woorden te horen die je nergens anders hoort. Je door muziek en liederen boven jezelf te laten uittillen. Voordat je het weet, zing je, tot je eigen verrassing, zomaar mee. Waar je in brood en wijn kunt proeven dat God van je houdt.
  • Een kring van mensen waar je welkom bent, ook al ben je helemaal geen lid van een kerk. Een kring waar je meetelt. Waar je op verhaal kunt komen en je verhaal kunt doen. Een kring om je te bezinnen en rust te vinden. Waar je vrienden maakt.
  • Mensen die als vrijwilliger zich ergens voor inzetten. Voor, bijvoorbeeld, ontmoetingen met buurtbewoners, voor vluchtelingen, voor kwetsbare kinderen in de buurt of mensen die in schulden terecht gekomen zijn.
  • Een gesprek van hart tot hart, zomaar met iemand van de kerk of met de dominee. Een gesprek waarin alles ter sprake kan komen. Maar ook het gesprek van de dominee met een dominee uit de regio ter bemoediging en inspiratie.
  • Een inspirerende bijeenkomst van kerken uit de buurt rond een thema dat allen ter harte gaat. Of rond een event om met elkaar te zingen, te eten en je te laten inspireren. Om te proeven hoe goed het is niet de enige kerk in de regio te zijn maar samen met vele anderen.

Wie iets heerlijks proeft, wil het recept hebben. Alleen: menig recept is het geheim van de kok. En goede kok geeft dit niet snel uit handen.

Gelukkig geldt dit niet in de kerk. Het geheim van een goede kerkproeverij is publiek. Kerk 2025 is een goed receptenboek! Het geeft recepten voor heerlijke en goed te bereiden gerechten voor uitdagende kerkproeverijen. Voor ontmoetingen met God en elkaar. Voor ruimte waar je stil kunt worden. Waar je woorden van God kunt horen. Waar je uitdaagt en toegerust wordt om als hoopvol mens in het leven te staan. Om anderen te ontmoeten. Om samen kerk te zijn. En anderen mee te laten genieten van het goede - omzien, zorg, hoop - van God.

Voor deze ontmoetingen geeft Kerk 2025 het recept. Kernwoorden van dit recept zijn transparantie, ruimte en eenvoud. Transparantie door als kerk in beleid en activiteit zich te concentreren op de Woorden van God als bron van inspiratie en hoop. Ruimte te bieden aan de classispredikant om geestelijk leiding te geven in het geheel van de classis.

Eenvoud door het aantal regels te verminderen. Door minder te vergaderen en meer te ontmoeten. Ruimte voor de lokale geloofsgemeenschap om de liefde van God binnen en buiten de muren van de kerk te leven en te delen. Om op inspirerende wijze lokaal samen kerk te zijn, in ringen van gemeenten en met zusterkerken in de buurt.
Hopelijk geeft de synode de komende vergadering het receptenboek Kerk 2025 vrij om vele jaren lang te kunnen genieten van een goede kerkproeverij.

Ds. René de Reuver
scriba van de generale synode


Het melkmeisje en de dominee

Ter gelegenheid van 500 jaar protestantisme gaat de estafette ‘Als een lopend vuur’ door alle Nederlandse provincies. Utrecht sluit af met een programma rond het thema ‘Beroep als roeping’.

Enkele vragen aan een lid van de werkgroep die het voorbereidde: emeritus-predikant dr. Bert de Leede uit Amersfoort, oud-docent aan de Protestantse Theologische Universiteit.

Jullie ontwikkelden lesbrieven en filmpjes voor het voortgezet onderwijs onder het motto ‘Je werk of je leven?’. Wat heeft dat met de Reformatie te maken?
‘Leven is meer dan werken, dat willen we met die slogan onderstrepen. Wij leven in een prestatiesamenleving. De waarde van een mens wordt heel sterk beoordeeld op wat hij presteert. Je bent wat je doet. Terwijl Luther benadrukte dat de mens niet voor God wordt gerechtvaardigd uit zijn werken, maar uit geloof, uit genade. Dat relativeert het werken. Het leven is meer dan dat.’

Wat waren de praktische consequenties?
‘De Reformatie bracht een revolutionaire, wereld-veranderende visie op het beroep. Een gewoon beroep was volgens Luther niet minder waard dan wat een geestelijke in de kerk of het klooster doet. Een bakker die goed brood bakt en een eerlijke prijs vraagt en een boer die goed voor zijn vee zorgt staan niet lager op de maatschappelijke ladder dan de geestelijke. Allen vervullen in hun beroep een roeping, daarin zijn ze gelijkwaardig voor God. Van allen wordt verantwoordelijkheid gevraagd. Het bekende melkmeisje van het schilderij van Johannes Vermeer dat haar werk toegewijd doet, is net zo betekenisvol bezig als de dominee in de kerk. Met de aandacht waarmee zij in de keuken melk schenkt, eert zij God en dient zij de naaste.’

Ook in dat opzicht betekende de Reformatie dus iets nieuws?
‘Eerherstel voor het gewone leven. Het besef dat je als mens een roeping hebt in het alledaagse bestaan was een geweldige opwaardering van het aardse leven. Op den duur kwam er een hele arbeidsethos in mee: Je moet je werk goed doen. Hard werken werd een deugd, evenals eerlijkheid, betrouwbaarheid en verantwoordelijkheid. Je talenten ontwikkelen werd een opvoedingsideaal. Dat heeft ons veel gebracht: welvaart, economische groei. Maar het had ook een keerzijde.’.

Welke?
‘Dit denkklimaat heeft er zeker aan bijgedragen dat het kapitalisme een hoge vlucht heeft genomen, met zijn nadruk op inkomen en verdienen. Hard werken als deugd kan omgekeerd betekenen dat wie niet presteert niets waard is. In het neoliberale denken ben je pas iemand als je wat presteert. Hoe harder je werkt, hoe meer je verdient, hoe meer je kennelijk gezegend bent en hoe hoger je status is. Alsof mantelzorg en vrijwilligerswerk niet even waardig zijn. Misschien moet onze samenleving op dit punt een nieuwe impuls krijgen. Dat zou heel goed kunnen vanuit de visie van Luther dat een mens niet gerechtvaardigd wordt uit zijn werken.’

Over de actualiteit van Luther gesproken…
‘Als mijn vermoeden klopt dat betaald werk in de toekomst schaars zal zijn en voor velen niet meer een leven lang bereikbaar, dan moeten we anders gaan denken over betaald en onbetaald werk. Nadere bezinning op onze roeping als mens zou tot een maatschappelijke herwaardering van onbetaalde arbeid moeten leiden. Alle werk waarmee (mede)mens, gezin en samenleving wordt opgebouwd en kan bestaan, is dan fundamenteel van gelijke waarde. Betaald of onbetaald werken zou een gelijkwaardige keuze moeten zijn. Je hoeft niet steeds te gaan voor carrière en meer inkomen, je kunt in je leven ook een afslag nemen naar vrijwilligerswerk en mantelzorg. Dat zou in opleidingen voor jongeren de druk wegnemen dat je een dief van je eigen portemonnee bent als je niet al je kaarten op je carrière zet.’

Dat wordt de uitdaging voor de komende tijd?
‘Het lijkt me een maatschappelijke noodzaak in een samenleving die veel meer dan wij gedacht hadden afhankelijk is van vrijwilligerswerk en onbetaalde zorg voor elkaar, ook omdat het anders letterlijk onbetaalbaar is. De veranderingen in de samenleving vragen om bewuste keuzen van mensen als het gaat om werk en mogelijke wendingen in hun loopbaan. We zijn niet pas waardevol als we veel verdienen, een grote zaak hebben en veel gepresteerd hebben. In de lijn van Luther: ook wie onbetaald de samenleving dient, doet een goed werk voor God en de mensen.’

De Estafette Utrecht bestaat uit het project Je werk of je leven. Er is een wedstrijd met deadline 19 september maar het project blijft ook daarna beschikbaar. Tijdens een debat gaan ouders, leerlingen en overige gasten in gesprek over beroep en roeping onder leiding van Ben Tiggelaar. Meer info https://www.facebook.com/events/1639881386054179/


Waarom een preek over orgaandonatie nodig is

Wat heeft Leviticus ons te zeggen over het afstaan van een nier? Ds. Henk Boter gaat hete hangijzers niet uit de weg en houdt een preek over orgaandonatie.

Christenen kunnen nogal worstelen met de vraag of zij zich wel of niet als donor moeten registreren. Ds. Henk Boter heeft zelf ervaring met orgaandonatie, maar dan als ontvanger. “Ik ben al mijn hele leven ziek en dus ook altijd al bezig geweest met orgaandonatie. Het is in ieder geval niet zo dat ik, omdat ik een nier heb ontvangen, automatisch voor het nieuwe systeem ben. Ik weet uit eigen ervaring hoeveel positiefs een transplantatie kan brengen, maar ik realiseer me ook hoezeer ik geluk heb gehad met dit geschenk. Want dat is het in mijn ogen: een geschenk. Daarom kun je niet zeggen dat je recht hebt op een orgaan.” Mede hierdoor werd hij gevraagd door de Gereformeerde Kerk in Noordeloos om voor te gaan over dit onderwerp (>Beluister hier de dienst. Avonddienst van 30 april 2017). 

“Een echte christen heeft maar één nier”

Ds. Boter: “Ik heb het geluk dat een lid van de gemeente anoniem een nier gedoneerd heeft. Zijn stelling is dan ook dat een echte christen maar één nier heeft.” Tijdens de preek gaf ds. Boter ruimte om te discussiëren over deze stelling. “Wij hebben elkaar bevraagd op onze ervaringen als donor en ontvanger. Dan begin je vanzelf al anders omdat het dan over donatie door een levende donor gaat, en daar gaat de huidige politieke discussie niet over.” Hoewel de meningen over orgaandonatie verschillen, waren de reacties na afloop van de preek positief, vooral het gesprek waar iedereen aan mee mocht doen werd gewaardeerd. 

Maakbaarheid tegen elke prijs?

Ds. Boter neemt naastenliefde als uitgangspunt bij zijn preek. Naastenliefde houdt in dat je omziet naar mensen die het minder hebben dan jij. “Probeer je eens te verplaatsen in iemand die een nieuw orgaan nodig heeft’’. Hij stelt wel dat de vragen die hij oproept tijdens de preek sturend en suggestief kunnen overkomen. “Het is ook goed om eerlijk naar jezelf te zijn en te bedenken of je kunt en wilt doneren. Als je het echt niet kunt of wilt, bijvoorbeeld omdat je ervan overtuigd bent dat je na je dood je organen nodig hebt, moet je het niet doen.”

Een andere kanttekening plaatst ds. Boter bij de maakbaarheidsgedachte van het leven. Het idee dat we ons leven ontvangen, dat we gezondheid ontvangen verdwijnt soms naar de achtergrond. “We willen ons leven zo perfect mogelijk hebben en maken, zelf in de hand houden bovendien. Een typische maakbaarheidsgedachte. Daarmee verdwijnen ook noties als dankbaarheid en bovendien raken we het zicht kwijt op wat je leven voor zin heeft als je niet volledig gezond bent. Het leven van iemand een orgaan nodig heeft, maar niet ontvangt, heeft ook betekenis”.

Bijbel over orgaandonatie

Een kerkdienst over orgaandonatie heeft wel beperkingen. “De Bijbel zegt natuurlijk maar weinig over orgaandonatie, ik benadruk graag andere perspectieven. Vragen die ik belangrijk vind zijn: Wat is het om te geven? Wat betekent het om te ontvangen? Wat is dankbaarheid?” Tijdens de dienst werd er uit Leviticus gelezen over heiligheid van het leven en de zorg voor mensen die het minder getroffen hebben en uit Lucas over de Barmhartige Samaritaan. “Wat je uit die tekst gedeelten kunt meenemen zijn niet direct toepasbare regels, maar wel een levenshouding, een gerichtheid en een bewustzijn van het gelovend leven.’’ Volgens ds. Boter is het niet de bedoeling dat je aan het eind van de dienst weet of je nu wel of geen donor moet worden, maar heb je wel meer bagage meegekregen om een weloverwogen keuze te kunnen maken.

Tips voor een preek over orgaandonatie

1. Kies voor een vrije preek vorm waarbij ruimte is voor discussie

2. Zoek aansluiting door ervaringsdeskundigen aan het woord te laten

3.Benoem naastenliefde en bespreek bijvoorbeeld deze vragen:

-Wat betekent het om te geven?

-Wat betekent het om te ontvangen?

-Wat maakt het leven waardevol?

-Wat is dankbaarheid?

-Wanneer ben je naaste?

4. Kijk ook naar andere bijbelgedeelten dan alleen het verhaal van de Barmhartige Samaritaan

5. Benoem ook de tegenargumentatie en respecteer andere overtuigingen

Vandaag wordt er in de Eerste Kamer vergaderd over de wetgeving rondom orgaandonatie. Ook werd er tijdens een vergadering van de generale synode een paneldiscussie gehouden over dit onderwerp. Via onze kanalen willen wij hier aandacht aan besteden. We zijn benieuwd naar uw mening.

Bekijk hier een impressie van het panel gesprek over orgaandonatie.

 


In memoriam Harry Kuitert

Prof. dr. Harry Kuitert ontmoette God in woorden die hem vrijheid gaven.

Dit artikel verscheen eerder in het Friesch Dagblad op maandag 11 september 2017

Prof. dr. Harry Kuitert (1924-2017) schudde de theologie op, maar hij werd daarin langzamerhand onnavolgbaar voor velen. Hoe kwam het toch dat hij zoveel ‘overboord’ zette? Martien Brinkman zet Kuiterts denken en betekenis in perspectief.

In memoriam (door Martien Brinkman)

Kuitert zal ongetwijfeld de geschiedenis ingaan als de man van de oneliner dat ‘alle spreken van Boven van beneden komt, ook de uitspraak dat iets van Boven komt’. Die uitspraak dateert uit 1974. Hij gebruikte die toen in verband met het onderscheid tussen ware en valse profeten. Met zoveel woorden zei hij: Let op. Je moet niet zomaar geloven dat iemand die zegt namens God (‘van Boven’) te spreken, ook inderdaad namens God spreekt. Je mag best vragen: hoe weet je dat? (How do you know?)

Die zin uit zijn bestseller Zonder geloof vaart niemand wel (1974) is vaak uitgelegd alsof hij daarmee zei dat er eigenlijk geen Boven bestaat. Zelf heeft Kuitert dat jarenlang krachtig ontkend. In een ingezonden stuk in het dagblad Trouw van 2 juli 1999 noemt hij de suggestie dat hij niet zou willen weten van ‘een inspiratie, een flitslicht van Boven een vreselijk misverstand, waarvan ik niet terug heb’... ‘Alles wat ik tot nu toe heb geschreven, zou onzin worden als het klopte.’

En nog in 2006 zei hij in een interview over deze passage: ‘Ik doe geen uitspraak over God, maar over ons spreken over God en van dat laatste zeg ik: dat is mensenwerk.’ Later zou Kuitert echter ook zelf toch echt nog wel een stap verder gaan.

Antropologisch vloertje

In zijn levenslange speurtocht naar het antwoord op de vraag naar de herkomst van Godskennis legt de Kuitert van de jaren zeventig eerst – zoals hij dat zelf noemt – een antropologisch vloertje onder elke vorm van religie. Religie geeft antwoord op de eeuwige vragen van de mens ten aanzien van lijden, dood, geluk en liefde. In die zin is een mens ‘ongeneeslijk religieus’ en kan gezegd worden dat ‘zonder geloof niemand wel vaart’ (1974), namelijk zonder bezinning op de bovengenoemde ‘eeuwige’ vragen.

Maar hoe kunnen we in begrijpelijke taal spreken over een God die al onze woorden en begrippen overstijgt? Over God kunnen we alleen maar mensvormig (antropomorf) spreken, zo luidde in 1962 al zijn conclusie in zijn proefschrift over De mensvormigheid Gods. In wezen zat in dat proefschrift al zijn hele latere theologie. Pas een dertig (!) jaar later zou hij die uitwerken.

Dat dat zo lang duurde, had zo zijn redenen. Toen in 1972 de hoogleraar dogmatiek aan de Vrije Universiteit, professor G.C. Berkouwer, met emeritaat ging, had het voor velen in de lijn der verwachting gelegen dat degene die enige jaren zijn medewerker was geweest, Kuitert, ook zijn opvolger zou worden. Dat gebeurde niet.

Hij bleef hoogleraar ethiek, zuinigjes aangevuld met het vakje ‘Inleiding in de dogmatiek’. Onder de studenten - waartoe ik zelf toen ook behoorde - werd er toen veel gespeculeerd over het waarom van het passeren van Kuitert. Waarschijnlijk vond men hem toch iets te voortvarend te werk gaan.

Plichtsgetrouw heeft hij vanaf 1967 tot zijn emeritaat in 1989 zijn werk in de ethiek afgemaakt en daarin ook school gemaakt. Vooral zijn publicaties over euthanasie (1981) en suïcide (1983) trokken de aandacht.

Pas na zijn emeritaat, toen hij zijn handen vrij had, wijdde hij zich weer volledig aan zijn oude liefde: de dogmatiek. Al in 1992, drie jaar na zijn emeritaat, verscheen zijn bestseller Het algemeen betwijfeld christelijk geloof. Een herziening. Het was in een notendop een complete dogmatiek van driehonderd bladzijden. Het leek alsof hij er lang op gebroed had, maar zelf zei Kuitert dat hij het boek in één flow in zijn zomerhuisje in Friesland geschreven had.

Zoekontwerp

Elk theologisch spreken over God noemde hij nu ‘een zoekontwerp’. Theologen kunnen slechts de richting aangeven waarin we God kunnen zoeken. Hoe? In een klein, ten onrechte tamelijk onbekend gebleven boekje dat in een serie over wetenschapsfilosofie onder de titel Filosofie van de theologie is uitgegeven, had hij zich in 1988 al heel precies uitgelaten over de vraag waar zoekontwerpen aan moesten voldoen.

Zijn antwoord was in feite heel simpel: zoekontwerpen voor God voldoen, wanneer God ermee gevonden kan worden. En God wordt gevonden wanneer we de ervaring opdoen, met God zelf te doen te hebben.

Een dergelijke ervaring valt echter nooit zomaar uit de lucht. Voor het formuleren van een herkenbare, religieuze ervaring zijn de woorden van een religieuze traditie nodig. Daarom heeft het zin over de betekenis van die woorden steeds weer na te denken.

Zijn critici noemden dat een cirkelredenering: God zeggen te kunnen vinden met behulp van een ervaring die God zelf ons uiteindelijk aanreikt. Hoe God zichzelf laat vinden, wordt dan immers al van tevoren als herkenbaar verondersteld. Dat realiseerde Kuitert zich gaandeweg ook zelf.

In het eerste decennium van de 21e eeuw leek zijn denken in een stroomversnelling te zijn geraakt. Het ene boek na het andere rolt van de pers. God zelf, ‘Boven’, staat nu wel degelijk ter discussie. Het accent ligt nu bij hem op het spreken over God als product van menselijke verbeelding. ‘Verbeelding’ wordt dan verstaan als ‘inbeelding’, projectie.

‘Eerst waren er mensen en toen pas God’, is nu zijn centrale stelling. Een prikkelende stelling die, zoals te verwachten, niet zonder kritiek bleef. Vervang immers in dit zinnetje het woordje ‘God’ door het woord ‘eeuwigheid’ of ‘sterren’ ‘eerst waren er mensen en toen pas eeuwigheid’ (of ‘toen pas sterren’) en de stelling verliest meteen veel van zijn overtuigingskracht.

Wat Kuitert bedoelde te zeggen is, dat taal eigenlijk pas echt werkelijkheid sticht. Iets bestaat pas echt, als we er woorden voor gevonden hebben. Zich nadrukkelijk beroepend op de Griekse filosoof Aristoteles betoogt Kuitert in Alles behalve kennis (2011) dat kennis slaat op wat (zichtbaar) bestaat. Alle andere ‘kennis’ is geen echte kennis, maar product van fictie, fantasie of verbeelding. Op grond daarvan noemt hij Godskennis nu met een woordspeling ‘alles behalve kennis’.

God behoort dan ook hooguit tot onze taalwerkelijkheid, niet de echte. Maar ook wetenschappelijke kennis heeft toch altijd betrekking op taal? Dan kan ons wetenschappelijk kennis- en werkelijkheidbegrip zich toch ook niet onttrekken aan het feit dat wij het zijn die in onze, aan beperkingen onderhevige taal over die kennis en werkelijkheid spreken? Daar hebben we eindeloos over gediscussieerd.

De hoogspanning eraf

Voor de zomer bezocht ik Kuitert nog, en we hadden tot voor enkele weken geleden contact per e-mail. De laatste twintig jaar ging ik meestal naar mijn promotor rondom zijn verjaardag. Vaak begonnen we elkaar te vertellen wat we recent gelezen hadden en wie we ontmoet hadden. Meestal noemde een van ons dan ook altijd wel een dichter. Vaak wilde ik dan via een dichter ook weer terug naar de theologie, maar dan aarzelde hij altijd.

Voor hem waren dat twee gescheiden werelden geworden: die van de wetenschappelijke theologie met haar in zijn ogen in de wetenschappelijke wereld onhoudbare waarheidsclaims en die van de overweldigende emotie van poëzie en muziek.

Die eerste wereld riep bij hem geen emoties meer op. Hij ontrafelde haar als product van menselijke verbeelding. ‘Ik heb de hoogspanning er afgehaald’, zei hij me eens letterlijk. Later kwam die uitdrukking ook terug als titel van een hoofdstuk in zijn laatste boek Kerk als constructiefout (2014).

Voor mijn generatie theologen (25 jaar jonger) heeft die hoogspanning er eigenlijk nooit zo sterk opgezeten. ‘Ik ben nu juist weer op zoek naar iets van hoogspanning’, antwoordde ik dan. ‘Ik wil de wereld van de artistieke verbeelding en die van de theologie bijeenhouden.’

Kuiterts theologie veronderstelt ook mensen die veel ‘moeten van hun geloof’. Daar was hij wars van. In een van zijn laatste boeken zinspeelt hij in de titel Dat moet ik van mijn geloof (2008) ook letterlijk op dat ‘heilige’ moeten.

De setting van zijn theologie verschilde, zo begon ik me de laatste twintig jaar steeds meer te realiseren, nadrukkelijk van de mijne. Ik ‘moet’ niet zoveel van mijn geloof. Ik voel me vrij te geloven in wat ik zinvol vind. In een van onze gesprekken zei Kuitert mij eens: ‘Mijn denken over God is inderdaad sterk beïnvloed door de macht die daar altijd mee verbonden wordt. Jullie zijn veel vrijer.’ Ja, denk ik, dat is waar. Wij zijn vrijer, mede dankzij hem. Veel gelovigen konden tot het jaar 2000 in zijn denken meegaan, maar voelden zich daarna wat ontheemd. Wat bleef er bij Kuitert nog over? Vanaf zijn 75e raakte hij het gesprek met vakgenoten wat kwijt, en dacht Kuitert voornamelijk op zijn eigen lijn verder.

Provoceerde

In mijn studiejaren (1968-1974) was Kuitert verreweg de populairste docent. Hij daagde je uit. Hij provoceerde. En wij, wij vonden dat prachtig. We wilden allemaal onze doctoraalscriptie bij hem schrijven en drie van de vijf gepromoveerden uit mijn jaar, promoveerden ook bij hem.

Hij schudde de theologie op. Hij leerde ons niet te vragen: Was müssen wir glauben? Maar met de Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer te antwoorden: Falsche Frage. Was glauben wir wirklich? Hij leerde je een eerlijke gelovige te zijn.

Als er nog eens een promovendus op Kuiterts godsidee zou willen promoveren, dan zou ik hem of haar altijd aanraden eerst maar eens de vele schakeringen van het Godsbegrip bij de theoloog Bonhoeffer of bij de dichter Gerrit Achterberg te bestuderen. Dan word je gevoelig voor verschuivingen en heb je ook meteen een paar centrale noties van Kuiters godsidee (ter verantwoording roepend, onontkoombaar, onzegbaar, etc.) te pakken.

Daarom wil ik dit In memoriam ook met een gedicht van Gerrit Achterberg, Kuiters lievelingsdichter, afsluiten. Het is Achterbergs tweede gedicht met de titel Woord. Het eerste eindigt met de bekende regels: ‘En nochtans moet het woord bestaan, dat met u samenvalt.’ In dat tweede ‘Woord’-gedicht lezen we de regels:

Ik kan alleen woorden ontmoeten, u niet meer.
Maar hiermee houdt het groeten aan, zozeer,
dat ik wel moet geloven, dat gij luistert;
zoals ik omgekeerd uw stilte in mij hoor.


-

> Door: Martien Brinkman is emeritus hoogleraar Interculturele theologie aan de VU in Amsterdam. Hij promoveerde in 1979 bij prof. H.M. Kuitert. Foto: Dick Vos Fotografie

 


Scriba René de Reuver bij College Tour in Barneveld – ‘De kerk is niet alleen een gebouw’

Hoe was dr. René de Reuver als student? Deze vraag uit het landelijk televisie-voorbeeld kwam voorbij tijdens de College Tour in Barneveld met de scriba van de Protestantse Kerk. Andere onderwerpen waren kerkelijke vernieuwing en de samenwerking tussen protestanten en rooms-katholieken.

College Tour was een onderdeel van het gezamenlijke startweekeinde van de protestantse gemeente en de rooms-katholieke geloofsgemeenschap St. Catharina in Barneveld.
God en de kerk hoorden er in zijn jeugd helemaal bij, vertelde De Reuver. “Maar voor mij is het nooit vanzelfsprekend geweest dat de ander net zo denkt als jij. In Capelle aan den IJssel, waar ik opgroeide, was ons gezin het enige van ons huizenblok dat naar de kerk ging. Aan vriendjes met wie ik buiten speelde, moest ik uitleggen waarom we dat deden.
Mijn vader werkte in de fabriek met de eerste buitenlanders, moslims uit Turkije, die ook bij ons thuis kwamen.”

Vanzelfsprekend zijn kerk en geloof tegenwoordig helemaal niet meer, aldus de scriba. “In deze tijd vinden veel mensen geen aansluiting bij de traditionele vormen van kerkzijn. Als kerk kun je zeggen: Jammer, wij gaan gewoon door op onze eigen manier. Maar ik ben erg voor investeren in vernieuwing, voor pioniersplekken: de mensen opzoeken waar ze zijn en daar met hen ook kerk zijn.”

Ook lokale gemeenten kunnen aan vernieuwing toe zijn. “Wat we altijd gedaan hebben, kan soms niet meer omdat we de menskracht en het geld er niet voor hebben. We zijn zo gewoon te denken: ‘De kerk, dat is een kerkgebouw, een kerkenraad en een dominee’. De kern van de kerk is echter dat twee of drie mensen bijeen zijn in de naam van Christus. De christelijke kerk is in huiskamers begonnen. Een christelijke gemeente is niet in de eerste plaats een kerkgebouw. Zodra een kerkgebouw een enorme last wordt en een kerkenraad daar vooral mee bezig is of zodra gemeenteleden een beetje kromlopen van alle vergaderlast, moet je heel goed nadenken of je daar wel al je energie aan op moet laten gaan.”

De Reuver adviseert gemeenten in zo’n situatie zich te bezinnen op hun lokale roeping. “Waar word je blij van? Hoe kun je in de samenleving tot zegen zijn? Kies datgene waartoe je je dan geroepen voelt en wat ook vreugde geeft. De kerk is niet een clubhuis van alleen gelovigen. Vanuit het evangelie weten we ons verbonden met God, met elkaar
en met de andere mensen om ons heen. Waar zijn de rafelranden in de maatschappij, waar schuurt het leven? Daar liet Jezus zich vinden.”

De scriba deelde de College Tour-bank met pastoor Harold Zemann, die samen met een kapelaan, twee diakens en vier pastoraal werkers het pastoraal team vormt voor zestien rooms-katholieke geloofsgemeenschappen van Zeist tot Harderwijk. Het was dan ook logisch dat de oecumenische samenwerking tussen protestanten en rooms-katholieken ter sprake kwam. Ook de onmogelijkheid van een gezamenlijke Tafel van de Heer (eucharistie/avondmaal) werd aangeroerd. Volgens Zemann heeft een theologische discussie daarover plaatselijk weinig zin, om de eenvoudige reden dat de roomskatholieke geloofsgemeenschappen er niet zelf over kunnen beslissen. “Laten we vooral vieren wat ons samenbindt en samen oppakken wat we als onze gezamenlijke opdracht in de samenleving zien.”

“Soms zit ons als calvinisten het alles-of- nietsdenken wat in de weg”, bekende De Reuver. “Als er iets ontbreekt, is de oecumene voor ons gelijk helemaal niks meer. Wie bij Christus hoort, hoort bij elkaar. Daarom zie ik erg uit naar het moment dat we die eenheid in Christus wel samen kunnen vieren. Tot het zover is, kunnen we in elk geval zoveel mogelijk getuige van Christus zijn in deze samenleving. Daaraan hebben we onze handen meer dan vol. Juist ook voor mensen voor wie het bestaan heel moeizaam is, voor vluchtelingen, voor mensen in armoede, kunnen we iets zichtbaar maken van de liefde en de barmhartigheid van God. En dan maakt het niet uit of een rooms-katholiek of een protestant dat doet.”

Als dank voor hun medewerking kregen De Reuver en Zemann een heel Barnevelds geschenk mee naar huis: een doosje eieren.


Gebed voor Sint Maarten

Elke vrijdagmiddag om twaalf uur wordt op de marinebasis in Den Helder het Coventry gebed gehouden. Vandaag ging marinepredikant ds. Johan Trouwborst voor. "In onze voorbeden verbinden we ons met Sint Maarten."

God van ons leven,
wij schuilen
in onze gebeden

Nu wij horen van orkanen
die met alle geweld
verwoesting zaaien

sporen van ellende nalaten
krachten die eerst moeten uitwoeden
voordat de rust kan weerkeren

Christus, ontferm U
over allen die getroffen zijn
door de natuur van het geweld

Wij bidden voor wie hulp verlenen
dat zij hun weg vinden in de chaos
en weten op te bouwen wat gebroken werd

Opdat er nieuw evenwicht ontstaat
en toekomst op termijn
voorbij de pijn van nu

Het Conventry gebed is een gebed om vrede en verzoening dat wereldwijd in ruim 170 kerken wordt gebeden, in 35 landen. Er is een Nederlandse Marinebasis op Sint Maarten. Nederlandse mariniers zijn betrokken bij de hulpverlening.

Kerk in Actie, hulporganisatie van de Protestantse Kerk, is onderdeel van het Nationaal Rampenfonds. Het Nationaal Rampenfonds maakt 2 miljoen euro vrij voor de wederopbouw van Sint-Maarten. 


Kerkproeverij smaakt goed

Het Kerkproeverij-weekend maakt veel creativiteit los. Vier voorbeelden over de kunst van het uitnodigen en een open kerk zijn.

Kerkproeverij is een landelijke campagne die kerken gelegenheid biedt om mensen vrijblijvend uit te nodigen voor een dienst. Ruim vierhonderd plaatselijke gemeenten en parochies hebben zich aangemeld via de website van Kerkproeverij. Anderen doen wel mee, zonder zich aan te melden.

Heel Abcoude bakt

Het thema ‘proeven’ nodigt meerdere kerken uit tot bakken. In Abcoude staat Kerkproeverij in het teken van ‘Heel Abcoude bakt’. In de aanloop naar  het Kerkproeverij-weekend stonden de gezamenlijke kerken van Houten bij een grote stand op de jaarlijkse activiteitenmarkt. Voorbijgangers kregen een bord met de vijf basissmaken voorgehouden. Kent u deze smaken? Aan welke smaak doet de kerk u denken? Vervolgens werden mensen gewezen op de mogelijkheid de kerk (weer) eens te komen proeven op 10 september.

Noveen in Voorburg

In Voorburg werd breed aandacht gegeven aan de Kerkproeverij, in samenwerking met de Rooms Katholieke parochie. De parochie kwam met het idee om een ‘Noveen’ te organiseren, een gebedsperiode voorafgaand aan de Kerkproeverij. Een gebedsboekje werd gemaakt en in een startbijeenkomst uitgedeeld aan gemeenteleden. De plaatselijke Raad van Kerken zorgde voor een grote advertentie in het huis-aan-huisblad, gericht op mensen die niet naar de kerk gaan. De voorgangers van de protestantse gemeenten hebben zich gezamenlijk voorbereid op de zondag tijdens een inspiratiesessie - waarbij ze de bijbelgedeeltes voor die zondag bespraken. In een kerkdienst werd uitvoerig aandacht besteed aan Kerkproeverij. Dat leverde ook ongemakkelijke gevoelens op, aldus ds. Els van der Wolf. ‘Ik heb wel wat anders aan mijn hoofd dan mensen uitnodigen’- tegelijk was het wel heel stil en aandachtig in de kerk.

Kunst van het uitnodigen

In Veenendaal is regelmatig aandacht besteed aan Kerkproeverij via het eigen kerkblad, waarbij de nadruk wordt gelegd op de uitnodiging. Succes zit hem niet in de hoeveelheid mensen die komen, maar in de hoeveelheid uitnodigingen. De landelijke promotiefilmpjes over Kerkproeverij werden in de diensten vertoond. Samen met de Rooms-Katholieke voorganger stond ds.John Boogaard in de plaatselijke krant met een verhaal over Kerkproeverij. Veel (wijk)gemeenten in Veenendaal doen mee.

De Jeruzalemkerk in Amsterdam begon de voorbereidingen al voor de zomer. Ook hier werden de promotiefilmpjes van de website ingezet. Daarnaast kwam er op de Facebookpagina een stappenplan voor gemeenteleden: hoe nodig je iemand uit? Kernwoorden: BID - vraag God wie je kunt uitnodigen, BESLUIT wie je uitnodigt, BEREID je uitnodiging voor, BEWEEG, nodig daadwerkelijk uit, BRENG VERSLAG UIT, deel je ervaringen met anderen en BID opnieuw voor degene die uitgenodigd is. Over de dienst zelf meldt ds. Elsbeth Gruteke het volgende: ‘We kiezen er voor om een zo gewoon mogelijk dienst te houden, gewoon met alle elementen die op een gewone zondag voorbij komen: zingen met orgel en band, bidden, Bijbel lezen, collecte, koffie drinken na de dienst. In de keuze van de Schriftlezing, dat wordt de barmhartige Samaritaan, en in de manier waarop we toelichten wat we aan het doen zijn, houden we rekening met de aanwezigheid van de gasten. Na de dienst is er een goed verzorgde koffie met lekkere taart en uitnodigende hapjes. Ook zorgen we voor informatie over wat er allemaal in de kerk aangeboden wordt aan cursussen, kringen etc. ‘

De eerste ervaringen met Kerkproeverij smaken goed. Het maakt veel creativiteit los. De oecumenische samenwerking inspireert en ontroert mensen.

>Kijk op www.kerkproeverij.nl in welke kerk in uw buurt u dit weekend eens kunt ‘proeven’.


Nieuws! > Kerknieuws / Nieuws / Agenda / Verbinding

Zoeken

Diensten!

Kerk aan Nic. Grijpstraat te GrijpskerkOp zondag 24 september beginnen we om 10:30 in de kerk aan de Nic. Grijpstraat te Grijpskerk., waar ds. A. Landman hoopt voor te gaan. Thema: startzondag


Overzicht kerkdiensten.

Laat de Bijbel spreken

Omzien naar elkaar

Noaberschap: uw ogen en oren zijn nodig! Laat via ons meldpunt weten wie extra aandacht en zorg nodig heeft.

backtotop